Officiële BMW Club Nederland

2015 Kampeerweek Gert Schaart

De kampeerweek naar de Puy-de-Dôme met de BCN

Op een van de dagelijkse briefings van Bouke wordt gemeld dat er een bijdrage voor het clubblad verwacht wordt, als je de eerste keer deelneemt aan de kampeerweek. Welnu, met genoegen schrijf ik hier een kort verslag van mijn belevenissen.

Kamperen met een motorclub? Nee, dat ga ik niet meer doen, zo besluit ik 15 jaar geleden. In ieder geval nooit meer in een klein tentje om te slapen op een matje. Veel te primitief. Sindsdien kiest mijn privé-motorclubje voor hotelletjes en pensionnetjes als we onze jaarlijkse tochten maken. Lekker luxe en geen ander gedoe dan heerlijk motorrijden. En zingen, dat doen we ook. De naam van de club is (was) de VOR (Vrij Op Rubber); daarover verderop meer.

Afgelopen juni verandert mijn stellige kampeerstandpunt als zwager Frans mij vraagt mee te gaan naar de Auvergne, waar dit jaar de BMW-club met Bouke voor de kampeerweek neerstrijkt. Mijn oude motorclubje is ter ziele gegaan en dit jaar dreigt het motorrijden voor mij tot dagtochten beperkt te blijven. Op het laatste moment schrijf ik me in en gelukkig: er is nog een plaats voor mij. In allerijl schaf ik de nodige spullen aan, waaronder weer zo’n klein tentje, een klapstoeltje en een luchtbedje. Het zal wel weer afzien worden, maar de lust in het motorrijden overwint mijn weerzin tegen het geknielde laag-bij-de-grond bestaan. 

 

Bij aankomst in Chatel-Gyon wacht mij een verrassing: er is zoveel hulp van andere deelnemers dat mijn tentje in een mum van tijd perfect is opgezet, terwijl ik nog in het motorleer kennismaak met de andere deelnemers en mijn motor van alle bagage ontdoe. Wat een ontvangst! Hartelijk en heerlijk voor een weerstandige kampeerder: mijn tentje staat veel beter en strakker dan bij de overnachting in Troyes. Dat belooft wat…

Het is de warme start van een prachtige week met een enthousiaste groep motorliefhebbers die bovendien kamperen tot kunst hebben verheven. Dat blijkt aanstekelijk te werken.

In de loop van de week bevalt het kamperen zo goed, dat Frans en ik zelfs besluiten om de maaltijden ook maar primitief  zelf te bereiden op het ene pitje dat we bezitten en het campingrestaurant maar een enkele keer te bezoeken. Mijn weerzin verandert in korte tijd in groot kampeerplezier. Met eenvoudige middelen een heerlijke maaltijd maken, blijkt een feestje waar je blij van kunt worden. Zeker als je naaste buren zorgen voor een extra pan, zout en nog wat van die simpele dingen die ik thuisliet.

Voor we vertrokken besprak ik met Frans mijn beperkte houdbaarheid in groepen. Meestal ben ik er niet voor te porren om met vreemden een hele week door te brengen. Frans overtuigt me ook op dit punt: het zijn allemaal enthousiaste motorrijders en je rijdt gewoon mee in een groepje met mij. Nou, ik kan je verzekeren: met deze groep rijders vliegt de week voorbij, en niet alleen op het asfalt. Halverwege de week kriebelt het lastige gevoel dat er nog maar een paar heerlijke dagen resten, waarop dagelijks na de rit gezelligheid en soms spannende verhalen over de belevenissen van de dag de tijd vullen en de biefstukken heerlijk gebraden worden. Aan het eind van de week neem ik afscheid van een nieuwe groep vrienden van de kampeerweek. Ik wil ze volgend jaar graag weer zien. Ik heb nu al weer-zin in dat weerzien.

 

Op de woensdag voel ik me zo thuis in deze groep dat ik het aandurf om na de briefing samen met Frans het lied te presenteren dat mijn oude clubje ooit maakte en dat we regelmatig zongen onderweg, Het is in Chatel-Gyoun uitbundig gezongen. De melodie is vaderlandslievend van  “Waar de blanke top der duinen”. Het lied zal de volgende kampeerweek vast weer een keer klinken. BMW-club Nederland kan overwegen er het officiële clublied van te maken.

Ik sluit mijn bijdrage ermee af en dank de andere deelnemers voor de warme ontvangst, de hulpvaardigheid, de gezelligheid en het verlangen naar de Beaujolais, waar volgend jaar gekampeerd gaat worden.


Gert Schaart

 

VOR-zang

Als de zuigerstang de cylinder

uren achtereen doorboort,

en in veld en beemd dan de stilte

zacht door boxers wordt verstoord,

roehoep ik zwaaiend met mijn linkerhand

naar elke motormuis aan d’and’re kant:

‘k heb u lief mijn rubberen band,

‘k heb u lief mijn rubberen band!

 

Sling’rend langs de brede rivieren

snel ik door het laagland voort.

Rossend langs de rij populieren

word ik door de vaart bekoord;

en is de weg soms recht en dan weer krom,

gahang is alles, anders val ik om…

Vrij op rubber, zo klinkt mijn lied.

Tudeljo en ahanders niet.

Extra foto's